In het strafrechtboek staan alle wetten en bepalingen voor wat als een misdrijf of overtreding geldt, en dus strafbaar is. Men kan slachtoffer, getuige of dader van een misdrijf zijn.
De kinderrechtswinkel heeft infobrochures ‘tzitemzo’ voor jongeren die dader of slachtoffer van een misdrijf zijn.
Daders worden door justitie vervolgd. De politie registreert met behulp van getuigenissen en verhoren het misdrijf op papier. Dit Proces Verbaal (PV) wordt vervolgens naar het Openbaar Ministerie (OM of ‘parket’) verstuurd. Daar wordt het PV onderzocht en beslist men wat er gebeurt.
In plaats van een boete, een gevangenisstraf of plaatsing in een instelling kan de rechter ook een alternatieve maatregel opleggen, zoals vorming, dienstverlening of therapie.
Zowel slachtoffer als dader hebben op elk moment van de gerechtelijke procedure recht om een bemiddeling aan te vragen. Als beide partijen hiermee instemmen praten ze met de hulp van een onpartijdige bemiddelaar over het misdrijf, de betekenis en de gevolgen ervan. De gesprekken zijn vertrouwelijk, dader en slachtoffer hoeven elkaar niet te ontmoeten. De bemiddeling vervangt de beslissing van de rechtbank niet, maar kan het wel beïnvloeden.